Homepage GOEDKOSJER Homepage Wiznitz Homepage HenriRosenberg.com Homepage Lex Plus Ultra
Centraal Israelitisch Consistorie voor de Benelux (C.I.C.B.)
Wie zijn wij?
Het Centraal Israelitisch Consistorie voor de Benelux (C.I.C.B.) is een wettelijk kerkgenootschap dat rechtspersoonlijkheid geniet krachtens artikel 2.2. van het Nederlandse Burgerlijk Wetboek en die, naar kerkelijk recht, alle op het grondgebied van de Benelux wonende joden vertegenwoordigt. Het C.I.C.B. heeft onder meer tot doel het door de leden gemeenschappelijk belijden van de joodse godsdienst op de grondslag van de gemeenschappelijke religieuze opvattingen. Het C.I.C.B. ijvert ook tegen het antisemitisme en in het algemeen tegen al wat het als een aantasting van de materiële en morele belangen van joodse personen en joodse organisaties ervaart.
In de schoot van het C.I.C.B. bestaat er een orgaan met de naam Opperrabbinaat voor de Benelux, alsook een Beis Din (Rabbinaal College), en een Internationaal Hof van Arbitrage voor de Benelux, die alle drie rechtspersoonlijkheid bezitten.
Onder auspiciën van het C.I.C.B. staat de Joodse Verbruikersvereniging Goedkosjer v.z.w., die de belangen van joodse consumenten op het gebied van de Benelux behartigt.
Periodiek reikt het C.I.C.B. het Charbona-Award uit aan personen of instanties die zich verdienstelijk hebben gemaakt voor het joodse volk. In 1994 werd deze onderscheiding voor het eerst uitgereikt aan een Nederlandse oud-Minister van Defensie de Heer VREDELING, die in de Jom Kippoeroorlog op eigen houtje ofschoon toestemming van het ganse kabinet vereist was, levensnoodzakelijke wapens aan Israel geleverd heeft, omdat zijn geweten hem dat toen gebood.
Prof. mr. Herman LOONSTEIN
Co-Voorzitter.
Aan de Statuten van het C.I.C.B. dd. 15 januari 1992 ontnemen wij volgend maatschappelijk doel:
Het Consistorie heeft onder meer tot doel het door de leden gemeenschappelijk belijden van de joodse godsdienst op de grondslag van de gemeenschappelijke religieuze opvattingen. Het Consistorie tracht dit doel te bereiken door onder meer de navolgende activiteiten uit te voeren of te doen uitvoeren, althans deze activiteiten (mede) mogelijk te maken of te bevorderen:
a. het doen nakomen van de godsdienstwetten (haloche);
b. het verrichten van godsdienstoefeningen in en buiten een synagoge;
c. het bouwen en inrichten van synagogen, alsmede het in stand houden daarvan;
d. het bouwen en inrichten van rituele badhuizen (mikwes), alsmede het in stand houden daarvan;
e. het bouwen en inrichten, alsmede het in stand houden van joodse scholen;
f. het verstrekken van kosjerheidscertificaten (hechsherim), alsmede alle bemoeiingen en activiteiten, die het belang van nakoming van de rituele spijswetten kunnen dienen;
g. het zich inlaten met de behartiging van de belangen van joodse consumenten van kosjere voeding;
h. het instellen en in stand houden van colleges, die geschillen tussen of met joden, al dan niet bij wege van arbitrage, conform de joodse wetsvoorschriften kunnen beslechten;
i. het voorbereiden, opleiden, aannemen en begeleiden van proselyten;
j. het formeren, eventueel ad hoc, van een rabbinaal Hof (Beis Din);
k. het verrichten van de rituele besnijdenis;
l. het ritueel slachten;
m. het bouwen en inrichten, alsmede het in stand houden van joodse begraafplaatsen en het organiseren van begrafenissen volgens de joodse ritus.
n. het in en buiten rechte, ook buiten de Benelux, optreden;
o. het organiseren en geven van joods onderwijs, inclusief de uitbouw van een Universiteit voor Talmoed en Rabbinaal Recht;
p. het afnemen van examens van en verstrekken van diploma’s van bevoegdheid en/of bekwaamheid aan personen, waaruit blijkt dat deze bekwaam/bevoegd zijn te fungeren als rabbijnen, ritueel slachters (shochtiem), ritueel besnijders (moheliem), voorzangers, enzovoorts;
q. het toekennen van eretekens, onderscheidingen en eredoctoraten aan mensen die zich verdienstelijk hebben opgesteld m.b.t. het joodse volk;
r. alle andere activiteiten en handelingen, die het belang van het Consistorie, joden, joodse gemeenschappen of joodse belangen kunnen dienen, zulks in de ruimste zin des woords, ter uitsluitende beoordeling van het bestuur.
Wij en het Centraal Israelitisch Consistorie voor België.
Het Centraal Israelitisch Consistorie voor de Benelux is van veel recentelijke datum (zie Centraal Israëlitisch Consistorie van België) en werd als wettelijke kerkgenootschap, overeenkomstig artikel 2:2. van het Nederlands Burgerlijk Wetboek, op dezelfde wijze opgericht als het Centraal Israelitisch Consistorie voor België en verkondigt evenzeer -tot grote misnoegdheid van het Belgische Consistorie- in zijn statuten (zij het op veel minder ernstige wijze) dat het alle joden uit de Benelux representeert. De beweegreden achter de oprichting van dit nieuwe Centraal Israelitisch Consistorie voor de Benelux kwam hoofdzakelijk neer op de empirische bewijslevering van het absurde dat schuilde in de representatiebevoegdheid die het Belgische Consistorie zich aanmatigt in de hoop dat, naar het homeopatische genezingsproces, similia similibus curentur…. .
De ervaring leert echter dat het gescleroseerde Centraal Israelitisch Consistorie voor België dat weinig of omzeggens niets presteert, nochtans veel energie aan de dag legt om zijn monopoliepositie te verdedigen en de kapers zoals het actievere Centraal Israelitisch Consistorie voor de Benelux ver van de kust te houden. Wanneer bijvoorbeeld Mgr. Kardinaal Godfried DANEELS, Aarstbisschop van Mechelen-Brussel en Primaat van België, op 18 januari 1994 een brief van het concurrentiële Centraal Israelitisch Consistorie voor de Benelux beantwoordt, acht het doorgaans vastgeroeste Centraal Israelitisch Consistorie voor België o.l.v. Voorzitter Prof. Georges SCHNEK het nochtans opportuun om de Primaat van België op 7 februari 1994 (in het Frans, namens hét Belgische jodendom!) aan te schrijven om hem op de niet-representativiteit van het Benelux-Consistorie te wijzen .
Prof. Dr. Henri ROSENBERG
Co-Voorzitter.