Virtueel Israëlitisch  Weekblad.


Homepage GOEDKOSJERâ
Overpeinzingen
Homepage Consistoire Benelux.

 

 Bescherming door afscherming.

© 1994  by Dr. H. Rosenberg.
 (B.I.W. 7 januari 1994)


Religieuze opvoeding.

Een groeiend probleem voor de opvoeding van onze religieuze jeugd blijkt de bescherming te zijn tegen gevaren die zouden uitgaan van "de straat" (hiermee wordt bedoeld de omringende overheersende cultuur, die onder het mom van het progressieve zelfbeschikkingsrecht een mateloze permissiviteit duldt en zelfs verkondigt).

Voor de traditionele en conservatieve opvoeding die wij aan onze kroost geven stelt deze omgeving inderdaad bepaalde opvoedkundige problemen.

Orthodoxe joodse kinderen worden inderdaad opgevoed in een geest van strikte scheiding der geslachten en de klederdracht wordt er in overeenstemming gebracht met de vereisten van de Tsnioet of kuisheid, iets wat moeilijk te lijmen valt met de gewoontes van de vooruitstrevende samenleving waarvan wij nochtans deel uitmaken.

Opvoeding tot sociale standvastigheid.

In joodse middens tracht men bovendien ook andere waarden mede te laten beschermen onder de noemer "religie", hoewel deze eerder een bourgeois-oorsprong hebben, die het joodse establishment wensen te zien in stand houden. Dit heeft het grote voordeel dat de sociale rust enigszins wordt gevrijwaard, nu de maatschappelijke orde die nagestreefd wordt behoudsgezinde is en aan de geestelijke leiders een onbesproken positie toekent. Het is soms merkwaardig te zien hoe niet-vrome hoogwaardigheidsbekleders van joodse eerbiedwaardige  organisaties nochtans de instandhouding van de religieuze structuur (lees: bourgeois-normen) poneren.

Ook deze waarden worden bedreigd, op zijn minst in opspraak gebracht, door de overheersende moderne cultuur, die hiërarchie niet als een onveranderlijke en onaantastbare positie verheerlijkt.
 

De opvoeding in andere religies.

Evenzeer streeft de niet-joodse katholieke bourgeoisie ernaar deze kleinburgerlijke normen in leven te houden, zij het met weinig succes, nu deze niet bepaald tot de modetrend behoren en ze niet ingekleed kunnen worden in een niet in vraag te stellen religieus kleedje.

Voor de islamieten ligt dat enigszins anders; en dichter bij de joodse houding. Immers sedert de renaissance (als fundamentalisme geschandvlekt) van de islam, worden de godsdienstige geboden in islamitische kringen weer aangepraat, zeg maar soms opgelegd, en daarin zijn ook begrepen de hoger geschetste kuisheidsregels en niet-gemengde opvoeding. De soms middeleeuwse feodale maatschappelijke structuren die verheerlijkt worden door de islamitische geestelijkheid  hebben ook tot doel een bepaalde sociale orde in stand te houden die de meeste waarborgen van gehoorzaamheid biedt: een gehoorzaamheid aan de pater familias, aan de stamoverste, aan de geestelijke leider.
 

Maatschappelijk conservatisme

Vanaf het ogenblik dat de behoudsgezinde structuur is opgericht en de leden van deze conservatieve subcultuur grotendeels overtuigd zijn van de heilige plicht om deze toestand te beschermen, zal het voor de recalcitrante enkeling moeilijk zijn dit nog in vraag te stellen, zonder beschuldigd te worden van antisociaal gedrag, dat door de subcultuur als gevaarlijk voor haar bestaan wordt ervaren (of als dusdanig door de leiders wordt voorgesteld). Een sociale controle en desnoods een sanctie zal elk afwijkend gedrag (of ook mening) sanctioneren. De extreme sanctie zijnde de excommunicatie, waardoor de kritiek meteen als exogene heiligschennis kan worden afgemaakt.

Het is precies het hoger geschetste religieuze establishment, dat geconfronteerd wordt met de gevaren van "de straat" voor de joodse jeugd. Ook anderen, die zich niet tot deze geëtabliseerde kaste rekenen (en ook niet gerekend worden), waaronder ondergetekende, zijn zich bewust van een probleem.
 

Opvoeding door afscherming: een educatieve capitulatie

Het is de manier waarop het probleem gesolutioneerd wordt, die hieronder op de korrel wordt genomen. Want ook de oplossing ervaart ondergetekende als een (nieuw) probleem.
Er is in orthodoxe joodse middens unaniem gekozen voor een afscherming van de joodse jeugd binnen een artificieel geschapen "steriel" microkosmos. Met andere woorden richten wij, nu vrijwillig, de mensonterende ghetto op die ons doorheen de eeuwen word opgelegd.

Van de hogergeschetste ongechallenged autoriteit die geestelijke leiders bezitten in een gesloten behoudsgezinde subcultuur is gretig gebruik gemaakt om aan de hand van verboden alles en nog wat te verbieden, die enige band zou kunnen creëren met het wereldlijke. Zo is men, onder het mom van "Daas Toïre"- een on-joods begrip dat ook nergens in de joodse wet of literatuur wordt gedefinieerd en doorgaans via persmedia wordt verkondigd -, ganse geografische territories gaan verbieden (Knokke , Miami Beach, Ben-Jehuda Straat te Jeruzalem), ontmoetingsplaatsen (pizzeria's, falaffel-zaken e.d.m. dan nog te Bnei Brak (laat staan Tel-Aviv), publiciteitsborden op straat (denk aan de brandende bushaltes in Israël), en uiteindelijk zelfs de middelen die andersdenkende culturen kunnen vehiculeren, zoals de video (en recentelijk  internet), alsof men de boekdrukkunst zou verbieden omdat de Playboy (voor de leken die het niet zouden weten: een licht pornografische publikatie) verspreid wordt door middel van de boekdrukkunst... Het feit dat de video (en de Web) ook kan dienen om de eigen cultuur en religie te verspreiden leek niet van aard om de bannende autoriteiten van gedachte te doen veranderen. Ook niet de omstandigheid dat talrijke Rebbes (weliswaar vóór de ban) gretig gebruik maakten van dit media om hun eigen imago en dat van hun groep te promoveren.

Weze er toch aan herinnerd dat deze jeugd geen profane dagbladen (laat staan magazines) onder ogen krijgt, naar geen televisie kijkt, naar geen radio-uitzendingen luistert, niet naar culturele voorstellingen of ontspanningsprogramma's gaat (ja zelfs optredens van Avraham Fried of Mordechai Ben David, toch religieuze vedettes die voor een gescheiden publiek optreden, worden aan de hand van publiciteitscampagnes sterk "afgeraden").

Indien men voor een dergelijke afscherming kiest, wat op een opvoedkundige capitulatie neerkomt, moet noodgedwongen de lijst der verboden met de dag toenemen, omdat de omringende cultuur (zij het enkel om commerciële redenen) meer en meer met alle middelen diepgaand in ons leven en zelfs in ons onderbewustzijn (denk aan de subliminale beelden ... ) ingrijpt.

Gradueel zal men dus de oogkleppen van deze jeugd verder moeten aanspannen en het gezichtsveld verder bespreken. Zo censureert men thans de profane leerboeken zelfs in de Jesode Hatora-scholen door overplakking. Dit houdt in dat met viltstip of plakwerk onder andere op afbeeldingen van Griekse standbeelden deze laatste met de minimale kledij worden bedacht. Op de foto van het standbeeld van de wolvin waarvan de legendarische Romulus en Remus hun borstvoeding kregen, worden de tepels van de wolvin door de censor met een viltstiftbeha bedacht. De minirokken van dames op foto's uit de Expo '58 worden evenzeer in lengte aangepast. Het werk wordt dermate essentieel geacht dat een speciale censor fulltime werkzaam is met de controle en censuur van de leerboeken, wat meebrengt dat de leerboeken de leerlingen soms pas maanden na het begin van het schooljaar bereiken in gereviseerde "kosjere" staat (enkel een Rabbinaal kosjerheidscertificaat voor profane (leer)boeken ontbreekt, wat wellicht met de tijd nog komt). Hoewel men de perfectie op dit gebied nastreeft zullen steeds bepaalde details aan de waakzaamheid der censoren ontsnappen. (Dat Hitler-portretten ongecensureerd blijven is een pikant detail).

Het gevaar bij al de talrijke inspanningen die geleverd worden om de jeugd zo goed als mogelijk artificieel af te schermen is dat men een overbeschermde jeugd creëert die natuurlijk niet opgewassen is om bij de maturiteit de omringende cultuur te trotseren. Ook hieraan is gedacht en de oplossing is een... staat van verlengde minderjarigheid: men richt een systeem op waarbij de joodse telgen ook na hun volwassenheid verder afgeschermd blijven van het "verdorven" milieu. Om deze redenen poneert men voor iedereen verlengde, ja zelfs eeuwige, religieuze studie (onder uitdrukkelijke verdoeming van enige profane of technische studies) en indien de volwassenen per se toch een broodwinning verkiezen boven levenslang gesjnorrer, dan liefst in een afgeschermd milieu zoals bijvoorbeeld de diamantmiddens in Antwerpen of de real estate business in Londen.
 

De economische onhoudbaarheid der kunstmatige ghetto's

De wrede realiteit van een achteruitboerende diamanthandel te Antwerpen en een desastreuze vastgoedsituatie te Londen (waar menige vrome rijken - de Canadese gebroeders Reichman op kop - aan de rand van het faillissement zijn en er hun persoonlijke gehypothekeerde gezinshuizen bij dreigen te verliezen), hebben het bewijs geleverd dat de vooropgestelde oplossing al om deze reden niet deugt. Ook is meteen de dikwijls verheerlijkte fabel van de analfabete rijke versus de straatarme academicus naar het fantasierijk verwezen. Spijtig is echter dat onze geestelijke leiders te kortzichtig waren om toestanden te voorzien, die toch niet onvoorspelbaar waren.

De afscherming is niet alleen afkeurenswaardig omdat de kunstmatige microkosmos die voor deze mensen geschapen word vanuit economisch oogpunt niet eeuwig kan in stand gehouden worden maar omdat men zich nu schijnt te realiseren dat de materiële teloorgang van dergelijke commerciële ghetto's thans tot de mogelijkheden schijnt te kunnen behoren.

De paternalistische afscherming is derhalve af te raden omdat deze niet het vooropgestelde doel kan bereiken en vooral omdat zij een opvoedkundige capitulatie betekent.
 

Wanneer de oogkleppen verwijderd worden...

Het gevaar is immers niet denkbeeldig dat deze overbeschermde mensen hetzij op toevallige naïeve wijze hetzij uit hunker naar de zoete verboden vruchten, "geconfronteerd" worden met afbeeldingen in tijdschriften van dames gekleed naar de heersende trend - dus grotendeels ongekleed... - of, horesco referens, één zulk schepsel op straat (figuurlijk) tegen het lijf [open. Wat dan? Een zeer typerend voorbeeld: het kleinkind van een bekende Rebbe, die tot dan toe enkel Bne Brak (Israël) of hooguit Bne Brakjes in Antwerpen, London en Monsey, N.Y. (V.S.A.) had bezocht, met mij voor het eerst in vakantie in Zwitserland, wordt voor het eerst geconfronteerd met een etalagepop in, het uitstalraam van een kledingszaak. Het kind verschoot, sloot de ogen en riep "Avoïde Zore!" (afgoderij!).

Het afschermingsmechanisme, dat sowieso niet waterdicht kàn zijn, hoeft maar een keer te falen en deze jongeren worden op brutale wijze geconfronteerd met situaties waarvoor zij niet opgeleid zijn geworden en waartegen zij niet immuun werden gemaakt. De niet te controleren reacties kunnen dan de amplitude hebben van de grootteorde van de frustrerende afscherming...

Ooit werden joodse burgers opvoedkundig voorbereid op de "gevaren" die uitgingen van de heidense samenleving en het is met succes dat joodse burgers binnenin de maatschappij hoogstaande posities konden bekleden, in alle gebieden der wetenschappen uitmuntten en toch hun religieuze identiteit konden behouden. Onnodig hieraan toe te voegen dat deze uitmuntende joodse burgers dan nog Wijzen waren: onze Rishoïnim, die wij tot voorbeeld zouden moeten nemen. Maar precies omdat dezen een leven leidden, niet van afscherming maar wel integendeel van positieve integratie, worden door onze hedendaagse Rabbijnen - en dit sedert een tweehonderdtal jaar - het leven der Rishoïnim in mineur behandeld en wordt hun voorbeeld qua levenswijze maar zelden aangehaald, onder het voorwendsel dat het wel niet zo was als men aanneemt en dat de tijden toen anders waren.

Zo gaat men er vandaag bijvoorbeeld gemakkelijk stilzwijgend overheen dat bepaalde vooraanstaande Poskim (dit zijn de decisionairs op het vlak van de joodse rechtspraak) hun jurisprudentie illustreerden met details uit hun eigen levenswijze, iets wat heden ten dage onvoorstelbaar is, omdat de moedige hedendaagse Possek die een vooruitstrevend halachisch standpunt verkondigt, zich alleszins haast te onderlijnen dat de vromen die dit standpunt niet zouden volgen gezegend mogen zijn en dat hij zich natuurlijk niet gedraagt naar de verkondigde regel. Ooit lag dat anders: de kabbalist Rabbijn Menachem Azarya Mi'Pano schrijft zelf dat hij (en met hem talrijke Italiaanse Rabbijnen) zijn baard dagelijks dermate glad schoor dat hij geen één haar achterliet [1]. De Pri Chodosch in zijn commentaar (115, 7) die heeft het over het drinken van niet-joodse melk (ingevolge Psak Din van R. Moshe FEINSTEIN -Responsa Igrot Moshe, Jore Dea, I, 47-49- en anderen betreffende melk van onder staatscontrole staande zuivelfabrieken, zou de term stam cholov naar het analogie met stam jajin, moeten verkozen worden boven deze van chalav akum). Hij verkondigt dat hij als Rabbijn van Amsterdam zelf gewone melk dronk, omdat in deze contreien geen (ongeoorloofde) kamelenmelk wordt gemengd met koemelk [2].

Men kan bijvoorbeeld ook niet genoeg benadrukken dat met opzet contra veritatem wordt voorgehouden dat de joodse geleerden die alleen een ruime profane kennis hadden opgedaan, nooit gestudeerd hadden, maar al hun kennis aan de Bijbel ontnamen. Dat is gedoelde volksmisleiding.

Feit is dat toentertijd de jood opgevoed werd om in een andersdenkende cultuur als originele jood compromisloos te overleven. Wanneer Maïmonides zelf schrijft aan Ibn Tibon dat hij als arts dagelijks de Sultan én zijn haremdames soigneerde of in zijn praktijk joods en niet-joodse dames en heren onderzocht en behandelde, kon dit in generlei mate zijn rotsvast geloof en religieuze praktijk aantasten.   Het is kenschetsend dat geen van zijn toch talrijke opposanten en critici er ooit aan gedacht hebben Maïmonides te brandmerken voor het ongehoord behandelen van dames, ondanks alle halachische problemen die ermee gepaard gaan. Heden ten dage was dat het eerste waaraan men zou gedacht hebben om een andersdenkende Rabbijn definitief de grond in te boren: stel u voor hij behandelt dames! En in dat opzicht zijn noch de tijden noch de biologische wetten en fysiologische cycli veranderd! [3]

En ook toen heerste losbandigheid en afgoderij in de overheersende samenleving, maar de joodse burgers werden ervoor opgeleid om deze andersdenkende cultuur te kunnen trotseren en de vele openbare disputationes van joodse geleerden met andersdenkenden liegen er niet om.

Opvoeding door demystificatie

In Tsnioet-aangelegenheden, vooral in wat ik passieve Tsnioet zou noemen, met name de ge- en verboden die betrekking hebben op het bekijken van onkuise toestanden, is halachisch van belang hoe de omringende bevolking zich gedraagt en kleedt. Meer bepaald wordt datgene als erogeen en dus verboden aanzien wat doorgaans door de overheersende cultuur als dusdanig aanzien wordt en dus uit kuisheid bedekt wordt gehouden.

Het spreekt vanzelf dat op dit punt de (vestimentaire) gebruiken veranderen en veranderd zijn.
Deze expliciete verwijzing in joods recht naar wat de omringende "heidense" cultuur als erogeen aanziet, is er precies om de godvruchtige jood niet in onmogelijke toestanden te plaatsen en hem vooral te immuniseren tegen alledaagse toestanden op straat, die niet kunnen worden geapprecieerd volgens oude of ouderwetse maatstaven.

Dit neemt niet weg dat in de actieve Tsnioet, met name de geboden met betrekking tot de kleding van Joden, de veranderende kuisheidscriteria niet in dezelfde mate van toepassing zijn. (Alhoewel, ook dit niet zo evident is ... ).

De relatieve en bij definitie adapteerbare criteria voor de passieve Tsnioet zijn precies de demonstratie dat het nooit de bedoeling kan geweest zijn om de Jood te isoleren en af te houden van de dagdagelijkse omgang in niet-joodse kringen. Wel integendeel wordt hij geconfronteerd met de steeds evoluerende zeden in zake kledij en worden de verboden om Tora te studeren of de Shema te reciteren in aanwezigheid van een licht(er) geklede dame geapprecieerd naar de maatstaven die hic et nunc op dat gebied gelden, met name mogen religieuze plichten niet worden uitgevoerd in tegenwoordigheid van ontblote lichaamsdelen die doorgaans en overwegend uit kuisheid bedekt worden. De reden lichaamsdelen die doorgaans door de omringende cultuur bedekt worden, kunnen bij ontbloting een bepaalde begeerte uitlokken, terwijl lichaamsdelen die men doorgaans permanent bloot ziet, geen dergelijke gevoelens genereren [4].

Er is dus zeker ruimte en armslag voor opvoedkundige taken op dat gebied en vooral de naar maturiteit afstevenende jeugd voor te bereiden op de confrontatie met de omringende zeden en kledingsgewoonten, precies om te vermijden dat de jeugdige er op niet voorbereide wijze plots met de neus op gedrukt wordt. Het is dus duidelijk fout om joodse jongeren een theoretische kuisheid in te prenten die flagrant tegengesproken wordt door de heersende zeden in de omringende cultuur. Een dergelijke educatie zou het averechtse effect hebben, dat de aldus geconditioneerde Jood onvermijdelijk op straat constant zou worden geconfronteerd met hoogst erogene toestanden, met alle prikkelende gevolgen vandien, terwijl de meer open-minded opgevoede orthodoxe Jood, naar het voorbeeld der niet-Joden, erotisch hoegenaamd niet beïndrukt zou worden door de nieuwe kledingsgewoonten, die eerder beogen een zeker esthetisch dan erogene prikkel uit te lokken.

De instandhouding van een strakke bourgeois-establishment, waarin de geestelijke leiders een onbesproken positie bekleden, brengt onvermijdelijk mee dat Rabbijnen zich met megalomanie en met een haast pauselijke onfeilbaarheid getalenteerd wanen in alle mogelijke vakkunde, daarin begrepen de expertise op het educatieve vlak, terwijl zij per se niet meer verstand in pedagogie hebben als U en ik.

Zolang Rabbijnen echter exclusief de scepter zullen blijven zwaaien, politiek bedrijvig zullen blijven (dus zolang in Israël geen scheiding van Kerk en Staat wordt doorgevoerd), zullen zij in een geest van competitiviteit doorgaan "om het vroomst" verboden uit te vaardigen en zullen de professionele opvoedkundigen van het debat uitgesloten blijven.
 
 
 

Dr. Henri  ROSENBERG, LL.D. Ph.D.
jurist en socioloog.

 
 


Voetnoten:

[1] Zie: Responsa Be'er Eshek, 70; Responsa Chatam Sofer, Orach Chaïm, 159, s.v. asher; Responsa Minchas Elazar, II, 48; Responsa Levoeshei Mordechai, ed. I, Jore Deah, 99; Responsa Tirosh Ve-jitshar, 68].
[2] Zie ook: Pri Toar, ibid. 115, 1, s.v. oe-leïnjan dina; Responsa Besomim Rosh, 36; Responsa Choet Hameshoelash in Responsa Tashbats, Toer I, 2; Chazon Ish, Avoda Zara, 4; Responsa Zchor Le Avraham (Avigdor), Jore Dea, 4; Mizmor Le-David (Fardo), p. 109].
[3] Zie: I. SHAILAT, Letters and Essays of Moses Maimonides (Hebr.), Maaliyot Press of Yeshivat Birkat Moshe, Israel, 5748, Vol. II, p. 550, ook F.A. DE WOLFF, Maimonides (1135-1204) als arts, in Nederlands Tijdschrijft voor Geneeskunde, 1985, 129, nummer 28, p. 1343; ook J.Z. BARUCH, Maimonides als geneesheer, in Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 1969, 113, nummer 27, p. 1196].
[4] Zie: Shoelchan Aroech, Orach Chaïm, 39 in fine, die de auteur van Aroech Hashoelchan citeert; Responsa Sridei Esh, II, 14; Responsa Jaskiel Avdi, IV, 9, p. 11; Kaf Hachaïm (Sofer), 75, 17, die Ben Ish Chaï citeert; Vajemaher Avraham (Falachi), 200, litt. 525; Jalkoet Jossef, I, p. 125; zie vooral ook de welsprekende passus in Shoelchan Aroech, Orach Chaïm, 73, 2, Mishna Beroera, ibid. 5, om U ervan te vergewissen dat de hedendaagse als optimaal aangeprezen slaapkamerconfiguratie met nachtkast tussen de twee echtelijke bedden, toen nog niet als verworven feit werd aanzien ... ].

 
Homepage GOEDKOSJERâ
Overpeinzingen
Homepage Consistoire Benelux.